5 OKTOBER
2010. - Ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van
landmeterhulp
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en
Sport,
Gelet op het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel
van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 6, 4°;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot
uitvoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een
titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 4, § 3, gewijzigd bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2009 tot bepaling van
de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2010 tot bepaling van
de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt,
inzonderheid op artikel 1, 9°;
Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad
van Vlaanderen, gegeven op 3 februari 2010,
Besluit :
Artikel 1. Voor het beroep van landmeterhulp met de overeenkomstige titel van
landmeterhulp, verwijzend naar het SERV-beroepsprofiel
'landmeterhulp', met als uniek volgnummer 08/27 als vermeld in artikel 1, 9°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli
2010 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan
worden uitgereikt, worden de standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor
beoordeling en de classificatie met bijbehorend subsidiebedrag vastgelegd in de
bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag van de
bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Brussel, 5 oktober 2010.
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en
Sport
Ph. MUYTERS
Bijlage : De standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en
de classificatie voor het beroep van landmeterhulp
Algemene informatie :
1° standaardnummer : 08/27;
2° classificatie : categorie 1, namelijk 960,00 euro;
3° brondocument : Functiebeschrijving 'landmeterhulp'
Vlaamse Overheid.
Standaard :
Omschrijving van het beroep :
De landmeterhulp helpt de landmeterexpert, of de topograaf die in opdracht van
de landmeterexpert een opmetingsverrichting uitvoert,
op een veilige manier bij het voorbereiden, uitvoeren en controleren van
metingen, zodat de landmeterexpert of topograaf de meetgegevens zo snel en
efficiënt mogelijk kan verwerken. Verder staat hij in voor basisonderhoud aan
meettoestellen en materieel.
Kerncompetenties :
De landmeterhulp kan
1. het terrein verkennen;
2. meettoestellen opstellen;
3. meetpunten aflopen;
4. zich oriënteren op het terrein;
5. materieel onderhouden;
6. veilig werken.
Kerncompetentie 1 : het terrein verkennen
Succescriteria :
1° bepaalt de positie van de opstelpunten zodat zoveel mogelijk punten
ingemeten kunnen worden met een minimum aan opstelplaatsen;
2° houdt bij het bepalen van de positie van de opstelpunten rekening met
zichtbaarheid (taluds, bomen,...) eventueel GPS-bereik
en veiligheid;
3° markeert optelpunten met meetnagels en vetkrijt of verf (spuitbus);
4° maakt het meetterrein indien nodig vrij van begroeiing of andere
belemmerende elementen.
Kerncompetentie 2 : meettoestellen opstellen
Succescriteria :
1° zorgt voor de aanwezigheid van alle meettoestellen en materieel die nodig
zijn om de meting uit te voeren;
2° houdt de valstokken en de waterpasbaak loodrecht bij het inmeten van punten;
3° stelt het totaalstation loodrecht op exact boven het midden van het
opstelpunt;
4° verifieert de correcte positie van het opstelpunt.
Kerncompetentie 3 : meetpunten aflopen
Succescriteria :
1° loopt de op te meten punten en lijnen op een systematische en consequente
manier af, zodat alle punten correct worden opgemeten en gecodeerd;
2° benoemt elk opgemeten punt en geeft de correcte code door aan de bedienaar
van het meettoestel;
3° houdt het prisma loodrecht en gericht naar het totaalstation;
4° plaatst het prisma op de eigenlijke rand van de op te meten lijnen of punten
en verwijdert indien nodig begroeiing of andere belemmerende elementen;
5° houdt het prisma zijdelings langs het middenpunt van een op te meten object
indien dit middenpunt niet bereikbaar is (excentrisch meten);
6° bepaalt voldoende punten om de opmeting van bochten toe te laten;
7° vermijdt het meten van niet relevante punten op basis van de omschrijving
van een meting;
8° geeft elke wijziging van de instelhoogte van het prisma door aan de
bedienaar van het meettoestel bij een meting waar de hoogte van belang is.
Kerncompetentie 4 : zich oriënteren op het terrein
Succescriteria :
1° zet met behulp van een kaart en een GPS-toestel
punten uit op het terrein en markeert ze, nadat de landmeterexpert het GPS-toestel klaar heeft gesteld voor gebruik;
2° zoekt grenspalen, wegranden, kantstroken, boordstenen en andere relevante
punten op het terrein aan de hand van een plan of een coördinatenlijst;
3° duidt zichtbare fouten of onduidelijkheden aan op een voorlopig landmetersplan of een opmetinsschets;
4° vult zichtbare ontbrekende gegevens aan op een onvolledig landmetersplan;
5° plaatst een grenspaal onder toezicht van een landmeterexpert.
Kennisvereisten :
De kandidaat moet kennis kunnen aantonen van :
1° schaalaanduidingen.
Kerncompetentie 5 : materieel onderhouden
Succescriteria :
1° controleert valstokken op slijtage van de punt en op vervormingen;
2° controleert het doosniveau met behulp van een valstokrichter
en stelt bij indien nodig;
3° transporteert meettoestellen altijd recht of in de beschermkoffer;
4° laat meettoestellen en materieel nooit onbewaakt achter;
5° verwijdert modder en ander vuil van gebruikte meettoestellen en materieel;
6° haalt vochtige meettoestellen na het transport opnieuw uit de
beschermkoffer om ze volledig te laten uitdrogen.
Kerncompetentie 6 : veilig werken
Succescriteria :
1° respecteert de wegcode bij het werken langs wegen;
2° plaatst signalisatiekegels om meetapparatuur te markeren;
3° draagt signalisatiekledij en aangepast schoeisel;
4° legt meettoestellen en ander materieel na gebruik op de juiste plaats terug;
5° past hef- en tiltechnieken toe.
Toepassingsgebied :
Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten
:
1° meettoestellen opstellen
2° meetpunten aflopen
Richtlijnen voor de beoordeling :
1° De beoordeling bestaat uit minstens volgende beoordelingstechnieken
:
a) directe observatie van het proces in een beroepsrelevante context. De
kandidaat krijgt de opdracht om :
- op basis van een plan en de omschrijving van een uit te voeren meting op het
terrein te bepalen waar er opstelpunten moeten komen en deze opstelpunten te
markeren met meetnagels en vetkrijt of verf;
- op basis van de omschrijving van een meting alle meettoestellen en materieel
te verzamelen dat nodig is om die meting uit te voeren; de meettoestellen en
het materieel te controleren op slijtage of defecten; ze te transporteren naar
de plaats waar de meting wordt uitgevoerd; en ze na de meting (indien nodig) te
reinigen en weer op hun plaats te leggen;
- het totaalstation op te stellen boven een opstelpunt op vlak terrein
en in maximaal 5 minuten vanaf het moment dat de driepikkel wordt opengezet. De
correcte positie van het opstelpunt te verifiëren aan de hand van een
meetschets. Er liggen meerdere opstelpunten bij elkaar in de buurt, maar het juiste
opstelpunt moet bepaald kunnen worden aan de hand van de meetschets;
- op basis van een omschrijving van een meting met het prisma rond te
gaan voor het opmeten van punten en de juiste codes of benamingen door te geven
aan de bedienaar van het totaalstation (zowel 'x-y'meting
als hoogtemeting). De kandidaat kiest zelf welke codes en benamingen hij
gebruikt;
- punten op een terrein te zoeken en/of uit te zetten aan de hand van
een plan en een coördinatenlijst. De coördinaten zijn al ingegeven in het GPS-toestel en het GPS-toestel is
gebruiksklaar gezet. De kandidaat krijgt op voorhand een instructie van de
beoordelaar over de werking van het GPS-toestel;
- op een onvolledig landmetersplan eenduidige
fouten aan te duiden en de ontbrekende gegevens (bv. huisnummers, een
ontbrekende maat, ...) in te vullen op het plan. Volgende fouten moeten
minstens aan bod komen : verkeerde code; object op de verkeerde plaats; object
onvolledig gemeten; object niet gemeten;
- een grenspaal te plaatsen onder toezicht van een <landmeter>-expert.
b) criteriumgericht interview, waarbij de kandidaat
verduidelijking dient te geven bij de praktische proeven.
c) kennistest : oefening op het berekenen van schalen.
De kandidaat krijgt de opdracht om :
- op een kaart met schaalaanduiding de werkelijke afstand tussen twee gegeven
punten te bepalen met behulp van een schaallat;
- de schaal van een kaart te bepalen op basis van de werkelijke afstand
tussen twee gegeven punten met behulp van een schaallat.
2° Voor de beoordeling wordt er met een 3-puntenschaal gewerkt.
3° De duurtijd van de beoordeling bedraagt maximum 4 uur, aaneensluitend, met
maximum 1 uur voorbereidingstijd inbegrepen
4° Er kunnen maximum 2 personen tegelijk per 2
beoordelaars worden geobserveerd
5° In het beoordelingscentrum is het volgende minstens aanwezig :
a) meettoestellen : theodoliet of totaalstation, GPS-toestel.
De theodoliet of het totaalstation dienen enkel om de testen rond het
opstellen, transporteren en onderhouden van meettoestellen zo realistisch
mogelijk te maken. Aangezien de kandidaat niet wordt gevraagd om een theodoliet
of totaalstation te bedienen, hoeven ze niet noodzakelijk te werken. Het GPS-toestel moet wel functioneren;
b) materieel : prisma, waterpasbaak, valstokken, valstokrichter, snoeischaar, spade, meetband, hamer,
meetnagels, piketten, grenspalen, spuitbussen (verf) en vetkrijt, schaallat,
signalisatiekledij.
6° De kandidaat brengt zelf aangepast schoeisel mee naar het testcentrum.
7° Om als competent beschouwd te worden dient de kandidaat aan te tonen
a) alle kerncompetenties in deze standaard te beheersen;
b) de opdracht binnen de voorziene tijd volledig af te werken;
c) volledig te slagen voor de kennisproef.
Leeswijzer
Deze leeswijzer verduidelijkt de wijze waarop de onderdelen van de standaard
dienen gelezen of geïnterpreteerd te worden.
Omschrijving van het beroep
De omschrijving van het beroep in een standaard bestaat uit een weergave van de
hoofddoelstelling of de bestaansreden van het beroep, aangevuld met een
beschrijving van het resultaat, de wijze waarop of de reden waarom het
resultaat moet worden gehaald. De beroepsomschrijving geeft samen met de
kerncompetenties een overzicht van de kern van het beroep.
Kerncompetenties
Kerncompetenties zijn die competenties die cruciaal zijn voor het uitoefenen
van een bepaald beroep en die het verschil maken tussen een goede en een minder
goede beroepsbeoefenaar.
Kerncompetenties spelen een doorslaggevende rol bij het uitvoeren van een
welbepaalde beroepsactiviteit. Kerncompetenties zijn afgeleid uit het ruimere
beroepsprofiel en bestaan in principe uit zowel technische als meer
transversale competenties.
Het aantal kerncompetenties is beperkt aangezien de standaard een bruikbaar
beoordelingsinstrument moet zijn. Alle kerncompetenties moeten door een
kandidaat worden beheerst om een titel van beroepsbekwaamheid te behalen.
Succescriteria
Succescriteria zijn indicatoren die het voor de beoordelaar mogelijk maken om
gericht naar een kerncompetentie te kijken. Succescriteria zijn de
operationalisering of uitwerking van kerncompetenties in observeerbaar gedrag
specifiek per beroep. Het gaat daarbij opnieuw om gedrag dat het verschil maakt
tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar.
Succescriteria moeten niet in absolute termen gelezen worden; ze zijn
richtinggevend. Dat wil zeggen dat kandidaten niet aan alle succescriteria in
dezelfde mate moeten beantwoorden. Bij de beoordeling moeten de succescriteria
door de beoordelaars tegen elkaar worden afgewogen om een uitspraak over het
beheersen van de competentie te doen. Dat wil ook niet zeggen dat wanneer er
een richtcijfer in een succescriterium is opgenomen dit exact moet worden
nagegaan. Het is een richtcijfer voor de assessoren waarop ze zich bij hun
beoordeling moeten oriënteren.
Het aantal succescriteria is in functie van de bruikbaarheid eveneens beperkt.
Toepassingsgebied
Het toepassingsgebied dat bij een bepaalde kerncompetentie wordt vermeld, geeft
weer binnen welke context of contexten de kerncompetentie dient te worden
beoordeeld. Het toepassingsgebied geeft met andere woorden de context aan
waarbinnen de succescriteria moeten worden geobserveerd.
Opmerkingen
In de opmerkingen kan worden verwezen naar documenten, handboeken, die de
beoordelaars kunnen gebruiken.
Kennisvereisten
In sommige gevallen kan een standaard ook bij bepaalde kerncompetenties
kennisvereisten bevatten. Dit komt alleen voor wanneer de sector beslist dat de
beoordeling van d[00ed]e kerncompetenties ook uit een
kennisproef dient te bestaan.
Richtlijnen voor de beoordeling
De richtlijnen voor de beoordeling kunnen betrekking hebben op de proeven die
moeten worden afgelegd, de beoordelingswijze (soort evaluatie, schalen,
scores,...), de maximale duur van een beoordeling,...
Met een beroepsrelevante context wordt een gesimuleerde context bedoeld.
De richtlijnen zijn bindend voor de inhoud en het verloop van de beoordeling en
moeten door iedere beoordelingsinstantie worden opgevolgd. Dit moet een gelijke
en billijke beoordeling van iedere kandidaat garanderen.
Verklarende woordenlijst
Als laatste onderdeel kan een standaard een verklarende woordenlijst bevatten.
Begrippen die in de standaard cursief zijn gedrukt, worden in deze woordenlijst
verduidelijkt.
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit tot bepaling van de
standaard voor de titel van landmeterhulp.
Brussel, 5 oktober 2010.
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en
Sport,
Ph. MUYTERS